's Nachts rond 1uur kwamen we aan op het vliegveld in Georgië, het land is zo gastvrij (of wil zo graag een goede indruk maken) dat je een flesje wijn krijgt bij de douane op het vliegveld. Best een leuke binnenkomer.
Met de taxi zijn we naar het geboekte hostel gegaan. Althans, dat was het plan. Omdat we het adres in Europese letters hadden opgeschreven kon de taxi-meneer het niet echt lezen en na ongeveer een half uur door dezelfde wijk te hebben rond gescheurd te hebben (de taxichauffeurs zijn nog erger dan in Istanbul), was de conclusie van de taxi-meneer: "Tblisie Hostel NO!" en zijn we maar bij een ander hostel in bed gekropen.
Een hectisch begin van de reis dus, de eerste indruk was heel vreemd, de wijk waar we in verbleven had voornamelijk onverharde wegen, vervallen huizen, weinig mensen op straat en nauwelijks verlichting. Best raar voor een hoofdstad, het leek namelijk meer op een plattelandsdorp. En een heel groot contrast vergeleken met Istanbul. Maar dat maakte het allemaal wel spannend en leuk.
De volgende dag, dinsdags, hebben we eerst door het oude deel van Tblisi gewandeld. Nog meer vervallen huizen, arm-uitziende mensen die met grote ogen naar mijn spiegelreflexcamera keken. Het voelde raar om met mijn dure camera daar rond te lopen, dus heb 'm ook niet overal evenveel gebruikt.
In de stad is een extreem contrast te zien tussen arm en rijk. Dure, nieuwe, moderne bruggen en andere gebouwen te zien, naast de vervallen woningen van het volk. Terwijl je over The peace bridge loopt, een modern uitziende brug, staar je naar huizen die nauwelijks nog overeind kunnen staan.
Later op de dag zijn we naar het dorpje Sagarejo gereisd, in een klein busje en voor iets meer dan een euro heb je een prachtige rit. Alleen de reis van ongeveer 45 was al een hele ervaring. Het busje wordt zo vol mogelijk gepropt, extra uitklapstoeltjes zijn aanwezig om maar zoveel mogelijk mensen te kunnen laten zitten. Het was heerlijk om even wat anders te zien dan het stadsleven. Koeien lopen overal en er waren bergen.. kortom: goed om wat natuur te zien!
Ook het dorpje was heel leuk. Vrienden van Peter waren daar ondertussen al een maand bezig met fieldwork en hebben ons een hoop mooie verhalen over de super gastvrije Georgische cultuur kunnen vertellen. Het was voor de vrienden de laatste nacht in het dorp, een paar dagen daarna zouden ze terugvliegen naar Denemarken.
Er was een rivierbedding die helemaal droog lag en waar paarden doorheen liepen met een boom achter zich aan. De boom was zo'n 8km verder gekapt.
In Sagarejo hebben we dan ook onze eerste echt Georgische maaltijd gegeten. Het was geen feestmaal (Supra), maar desondanks was het heerlijk. Bij een echte Supra wordt er flink veel geproost op van alles en nog wat en word je bij elke toost geacht je glas wijn achterover te slaan (hier is een uitgebreide versie te vinden van de uitleg: http://www.geowine.nl/georgie/georgische-keuken/).
We konden slapen bij een ander gezin in het dorp waar we de volgende ochtend ook een lekker ontbijt voorgeschoteld kregen. Als ik ook dat allemaal ga beschrijven (en over hoe de kamer er uit zag, en hoe leuk de oma was die daar rondliep en welke verhalen we allemaal te horen kregen etc etc) wordt het wel een heel lang verslag, dus dat laat ik dan maar tot jullie eigen verbeelding over.
Met z'n allen zijn we teruggereisd naar Tbilisi en hebben we daar nog wat rondgewandeld en 's avonds met z'n allen gegeten bij nog weer vrienden-van-de-vrienden-van-Peter. Dat waren twee mensen die al jaren voor het rode kruis werken en de huidige manier van antropologie studeren niet helemaal begrijpen of kunnen waarderen (Peter en zijn vrienden studeren allemaal antropologie) dus dat levert dan lange discussies op waar ik gelukkig niet zoveel aan toe te voegen heb. Wel was het een hele leuke en interessante avond waar de drank rijkelijk vloeide (want ja, het immers nog steeds Georgië).
Donderdag avond zijn we Tblisi nog eens ingegaan (ondertussen gewoon weer met z'n tweeën) en de stad wist me echt te verrassen. Doordat het donker was, werden de 'krotten' opeens niet meer zichtbaar en alleen dat wat een mooi of modern gebouw is, wordt verlicht. Dit geeft dus een totaal ander sfeerbeeld en ik begon de stad toch wel mooi te vinden!
Vrijdagochtend zijn we dan eindelijk naar de bergen vertrokken. Wederom in zo'n busje dat vol wordt gepropt. Het schijnt een van de mooiste wegen van de wereld te zijn, de weg van Tblisi naar Kazbegi. Helaas moesten we helemaal achterin zitten en kon ik door het raampje niet heel veel zien zonder mijn nek in een knoop te leggen. Maar af en toe ving ik een glimp op van iets dat toch wel heel mooi moet zijn (en ik denk eigenlijk vooral in de lente/zomer!).
De rit duurde ongeveer 3uur en een uur daarvan was op een onverharde weg, met kuilen en losse stenen, langs steile afgronden. Ik heb doodsangsten uitgestaan, maar wonder boven wonder zijn we heel aangekomen! We werden ontvangen door Nazi, de gastvrouw van het gasthuis waar we verbleven. Na eerst even op adem te zijn gekomen en blij te zijn geweest dat we weer op onze eigen benen stonden, werden we met de auto naar het gasthuis gebracht (Nazi's Guesthouse).
De omgeving was prachtig! Bergen, schapen, geiten, koeien en varkens die los liepen, een strak blauwe lucht en de zon (hoewel het erg koud was). Die paar dagen hebben me echt goed gedaan en ik kon erg genieten van de stilte om mee heen, de ruimte en vrijheid die de omgeving gaf.
Zondag zijn we teruggereisd naar Tbilisi (de terugweg was een stuk beter te doen, omdat ik wist wat me te wachten stond) en werden we in het Tblisi Hostel (YES!) gastvrij ontvangen met een maaltijd en een flink aantal shotjes Chacha (huisgemaakt en zo'n 88% alcohol). De nacht van zondag op maandag zijn we rond 3u opgestaan om de terugreis naar het hectische, grote, drukke Istanbul te beginnen en rond 9.30u 's ochtends was ik dan weer in mijn appartement in Istanbul.
Ik zag er eerlijk gezegd een klein beetje tegen op weer in Istanbul te zijn, maar gelukkig zijn afgelopen woesdag Sjors en papa dus aangekomen. Dat maakt het weer wat gezelliger en geeft toch meer aansluiting in deze toch nogal 'anonieme' grote stad.
Helaas is woensdag ook mijn (net nieuwe) tas gestolen (incl studieboek, alle aantekeningen van de colleges, mijn Lonely Planet Turkey en 100% Istanbul die ik van Joska had geleend en portemonnee), zo onder mijn neus vandaan. Gelukkig verliep de aangifte heel soepel. Er is nog een hele kleine kans dat de tas, zonder geld, wordt teruggevonden... maar ik vrees het ergste.
Het betekende wel dat ik (helaas, helaas) niet kon leren voor mijn tentamen van de volgende dag en dat nu weer verplaatst is.
Ach ja, zo gaat alles dus weer zijn gangetje in Istanbul en heb ik nog iets meer dan anderhalve maand om hier te genieten en te leven. Volgende week Sinterklaas vieren, de week daarop rondreizen in Turkije met mama, als ik terugkom komen 2 dagen later Mascha en Margot al weer langs. Zodra zij weg zijn heb ik nog zo'n drie weken hier.
Ik ben er achtergekomen dat ik het 'heimwee hebben' van te voren enorm onderschat heb.
p.s hier zijn de foto's te vinden:
en
